zo 17 januari 2021

Kerkdienst

Tijdstip: 
 9.15 uur  

Voorganger:  Ds. J. Lindeboom    
Collecten:    Diaconie en Pastoraal Werk

De kerkdiensten zijn te volgen via de kerktelefoon en kerkomroep.nl
Het bijwonen van de kerkdiensten in januari is helaas niet mogelijk, als er wijzigingen zijn in de kerkdiensten wordt dit vermeld via de nieuwsbrief.

Klik hier voor de uitzending via Kerkomroep

17 januari 2021


Minnertsga
9.15 uur

Orgelspel

Welkom
Aansteken van de paaskaars

Lied 806
1. Zomaar te gaan met een stok in je hand;
zonder te weten wat je zult eten.
Zomaar te gaan met een stok in je hand;
eindeloos ver is ‘t beloofde land.

2. Zomaar te gaan, wordt het leven of dood?
Altijd maar banger, duurt het nog langer?
Zomaar te gaan, wordt het leven of dood?
In de woestijn worden kinderen groot.

3. Zomaar te gaan, met Zijn woord als bewijs,
altijd maar lopen, altijd maar hopen.
Zomaar te gaan, met Zijn woord als bewijs,
straks wonen wij in een paradijs.

Stilte
Bemoediging en groet

Orgelspel

ONDERWEG
Onderweg zijn
is stapje voor stapje
verder komen
op je levenspad.
is telkens weer groeien
en leren van hobbels
die je moet nemen.
Is telkens weer
de sprong wagen
naar het onbekende.

Onderweg zijn
is bij iedere kruising
opnieuw kiezen
waar je heen wilt.
is de keuze maken
tussen een snelweg
en een voetpad.
Is kiezen of je
alleen wilt reizen
of samen wilt gaan.

Onderweg zijn
is anderen ontmoeten.
Is ontdekken dat sommigen
je verder helpen
en dat anderen
je in de weg zitten.
Is merken dat mensen
in hetzelfde schuitje
zitten, als jij, zoals je
elkaar tot steun kunt zijn.

Lied 805
1. Abraham, Abraham,
verlaat je land, verlaat je stam!
Abraham, Abraham,
verlaat je land, verlaat je stam!
Abraham, je moet gaan wonen
in het land dat ik zal lonen.
Tel de sterren in de nacht,
zo groot wordt jouw nageslacht.

2. Abraham, Abraham,
verlaat je land, verlaat je stam!
Abraham, Abraham,
verlaat je land, verlaat je stam!
Ik zal jou mijn zegen geven,
je geleiden allerwegen,
en de volkeren tezaam
vinden zegen in jouw naam.

3. Abraham, Abraham,
verlaat je land, verlaat je stam!
Abraham, Abraham,
verlaat je land, verlaat je stam!
Met een woord gaat hij het wagen.
Zonder verder iets te vragen
staat hij op en gaat op reis,
langs de weg die God hem wijst.
Abraham, Abraham,
verlaat zijn land, verlaat zijn stam!
Abraham, Abraham,
verlaat zijn land, verlaat zijn stam!

Gebed

Genesis 12: 1-9
1 De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. 2 Ik zal je tot een groot volk maken,
ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. 3 Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.’
4-5 Abram ging uit Charan weg, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij was toen vijfenzeventig jaar. Hij nam zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer, en ook alle bezittingen die ze hadden verworven en de slaven en slavinnen die ze in Charan hadden verkregen. Zo gingen ze op weg naar Kanaän. Toen ze daar waren aangekomen, 6 trok Abram het land door tot aan de eik van More, bij Sichem. In die tijd werd het land bewoond door de Kanaänieten. 7 Maar de HEER verscheen aan Abram en zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’ Toen bouwde Abram op die plaats een altaar voor de HEER, die aan hem verschenen was. 8 Daarvandaan trok hij naar het bergland dat oostelijk van Betel ligt, en ergens ten oosten van Betel en ten westen van Ai sloeg hij zijn tent op. Hij bouwde er een altaar voor de HEER en riep er zijn naam aan. 9 Steeds verder reisde Abram, in de richting van de Negev.

Johannes 2: 1-11
1 Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, 2 en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. 3 Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4 ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5 Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ 6 Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. 7 Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. 8 Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. 9 En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom 10 en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ 11 Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.

Meditatief orgelspel
Verkondiging

Orgelspel

Gebed

Lied 802: 4, 5 & 6
4. Door de wereld klinkt een lied
tegen angsten en verdriet.
Tegen onrecht, tegen dwang
richten pelgrims hun gezang.
Refrein: Here God, wij zijn vervreemden
door te luist'ren naar Uw stem.
Breng ons saam met Uw ontheemden
naar het nieuw Jeruzalem.

5. Velen, die de moed begaf,
blijven staan of dwalen af,
hunk'rend naar hun oude land.
Reisgenoten, grijpt hun hand.
Refrein

6. Door de wereld gaat een woord
en het drijft de mensen voort:
"Breek uw tent op, ga op reis,
naar het land, dat Ik u wijs".
Refrein

Zegen
 

terug