zondag 25 juli 2021

Kerkdienst

Locatie: 
 Meinardskerk
Tijdstip: 
 9.15 uur

                                            
Voorganger:                                                   Ds. J. Lindeboom    
Collecten:                                                      Kerk en Pastoraal Werk        

9.15 uur

Klik hier voor uitzending via de kerkomroep

Orgelspel

Welkom
Aansteken van de paaskaars

Lied 216
1. Dit is een morgen als ooit de eerste,
zingende vogels geven hem door.
Dank voor het zingen, dank voor de morgen,
beide ontspringen nieuw aan het woord.                                                                   

2. Dauw op de aarde, zonlicht van boven,
vochtige gaarde, geurig als toen.
Dank voor gewassen, grassen en bomen,
al wie hier wandelt, ziet: het is goed.

3. Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.

Stilte
Bemoediging en groet

Lied 215: 1, 3, 5 & 7
1. Ontwaak, o mens, de dag breekt aan,
die u Gods liefde doet verstaan
als nieuw, nu gij door slaap en nacht
weer ‘t leven vindt, verstand en kracht.

3. Al wat geliefd is en vertrouwd,
het wordt voor wie Gods licht aanschouwt
met glans en heerlijkheid verguld,
want het bestaat in Gods geduld.

5. Houd dan de hemel in het oog,
maar hef uw hart niet al te hoog;
op aarde hier, op arde thans
ziet gij een bovenaardse glans.

7. Maak in uw liefd’ons, Heer, bereid
voor licht en vred’in eeuwigheid!
En dat ons leven ied’re dag
als ons gebed U loven mag.

Dankbaarheid

Lied 218: 1 & 5
1. Dank U voor deze nieuwe morgen,
dank U voor elke nieuwe dag.
Dank U dat ik met al mijn zorgen
bij U komen mag.

5. Dank U voor alle mooie klanken,
al wat ik zien en horen kan.
Dank U - o God, ik wil U danken
dat ik danken kan.

Gebed

Marcus 6: 45-52
45 Meteen daarna gelastte hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou hijzelf de menigte wegsturen. 46 Nadat hij afscheid van de mensen had genomen, ging hij de berg op om er te bidden. 47 Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en hij was alleen aan land. 48 Toen hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep hij tegen het einde van de nacht over het meer naar hen toe, en hij wilde hen voorbijlopen. 49 Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. 50 Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’ 51 Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht. 52 Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren.

Leviticus 7: 11-15
11 Dit zijn de voorschriften voor het vredeoffer dat aan de HEER wordt aangeboden: 12 Wie het offer als dankbetuiging aanbiedt, offert bij het offerdier dikke ongedesemde broden, met olijfolie bereid, dunne ongedesemde broden, met olijfolie bestreken, en dikke broden van fijne tarwebloem, doordrenkt met olijfolie. 13 Aan deze gaven, die hij tegelijk met het offerdier moet brengen, moet hij ook gedesemde broden toevoegen. 14 Van elke soort brood wordt er één apart gehouden en aan de HEER geschonken. Die zijn bestemd voor de priester die het bloed van het offerdier tegen de zijkanten van het altaar heeft gegoten. 15 Het vlees van dit dankoffer moet gegeten worden op de dag dat het wordt aangeboden, het mag niet tot de volgende dag bewaard worden.

Lied 107: 14 & 15
14. Als gij zijt aangekomen
en 't anker vallen laat,
zingt mee het lied der vromen,
hoort hun beproefde raad;
God die de wereld schiep
gaf u de goede rede,
looft Hem die 't water riep
en op de zee kan treden.

15. Laat ons nu voor den Here
zijn goedertierenheid
toezingen en vereren
de God die ons bevrijdt.
Want wie zijn hulp verlangt,
Hem aanroept in gebeden,
verlost Hij uit de angst
en leidt Hij tot den vrede.

Verkondiging

Orgelspel

Gebed

Liet 416
1. Hear, wês mei ús oant in oare kear,
wol oant wersjen oer ús weitsje,
lit gjin kwea ús rigen reitsje.
Hear, wês mei ús oant in oare kear.

2. Hear, wês mei ús oant in oare kear,
wol ús mei jo wjukken hoedzje,
stypje as de stoarmen woedzje.
Hear, wês mei ús oant in oare kear.

3. Hear, wês mei ús oant in oare kear,
wol de wegen foar ús sljochtsje,
ús net nei ús sûnden rjochtsje.
Hear, wês mei ús oant in oare kear.

4. Hear, wês mei ús oant in oare kear,
as wy wurch en warleas binne,
lit ús dan troch Jo oerwinne.
Hear, wês mei ús oant in oare kear.

Zegen

 
 

terug