De toren

De toren
De toren

Met de bouw van de toren is men begonnen op 23 mei 1505, zoals te lezen staat op de rode Bremer dorpelsteen, die links van de ingang in de toren is ingemetseld. Het opschrift van deze gedenksteen is als volgt:

     Doe men screef XVc ende V iaer
     Op Sinte Desiderius dach openbaer
     Toen leten die foechden van Sinte Merten
     Dit werck bestaen toe wercken
     Got laetet doer syn heilige naem
     Vastelick in eeren staen. Amen



De gedenksteen heeft de naam van de heilige vastgelegd waaraan de kerk is gewijd: Sint Martinus, bisschop van Tours (Sancti Martini).

De toren is naar het type van die van Bolsward gebouwd. De drie nauwelijks versneden geledingen zijn praktisch versierd. Slechts de bovenste geleding is verlevendigd door series galmgaten. De onderste geleding had oorspronkelijk alleen een venster.

De toegang onder de toren is niet origineel. Toen de bouw van de toren, met een hoogte van meer dan 40 meter, voltooid was, zijn ze begonnen met het verbindingsstuk tussen de kerk en de toren. De toren stond eerst nog los van de kerk. Er was ruimte van ongeveer 3,5 meter, die voor een deel werd opgevuld met de stenen uit de westgevel, omdat deze muur toch niet meer nodig was.

Oorspronkelijk had de toren een spits. Deze spits is in 1552 getroffen door de bliksem en te pletter gevallen. Omstreeks 1590 is er een zadeldak op gebouwd.

In de westzijde van de toren staat het jaartal 1818. Dit geeft niet het bouwjaar van de toren aan, maar verwijst naar het feit dat het zadeldak toen is gerestaureerd
 
terug