Ornamenten Ornamenten

Ornamenten

De ornamenten die bevestigd zijn in de nok van de kerk.
 

De duif

Symbool van de Heilige Geest. De duif die reeds neerdaalde op Christus toen Hij werd gedoopt in de Jordaan.
Het lam

Johannes 1:29 Johannes de Doper zegt: "Daar is het Lam van God dat de zonde van de werled wegneemt!"
Een Leeuw

Een herinnering aan Genesis 29:9, de profetie van Jacob over Juda. Juda is een jonge leeuw, uit hem zal de Messias voortkomen.
Een adelaar

In de bijbel lezen we in Deuteronomium 32:11 "zoals een arend die zijn jong leert vliegen, klapwiekend boven hem rondzweeft en het, als het moe wordt, op de vleugels neemt". Zo draagt God zijn volk.
Een jongeman

Symbool van de prediking van het evangelie: zie, een zaaier gaat uit om te zaaien.
Opengeslagen Bijbel

Op de ene kant staat Johannes 1: 1-5 "In het begin was het Woord. Het was bij God en het was God." Op de andere bladzijde staat Maleachi 4:2, tegenwoordig is dat Maleachi 3:20. "Maar zoals de zon opkomt, zal er gerechtigheid komen voor jullie die ontzag voor mij hebben."
Een wapenuitrusting

De geestelijke wapenuitrusting van Efeze 6. "Doet dan aan de wapenuitrusitng Gods". Op het schild is door de beeldhouwer een vis uitgebeeld. De vis (ichtus), een symbool van Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. Het was in de eerste eeuwen van het Christendom een herkenningsteken in de dagen der vervolgingen.
Een stier

Symbool van de kracht. Het boek der Handelingen beschrijft ons hoe de prediking van het evangelie met kracht wordt begonnen en voortgezet.
Een profeet

Symbool van de spreker, verkondiger, vertolker van het woord van God. Iemand die in een bijzondere betrekking staat, "man Gods".
Een pelikaan

De pelikaan is een oud Christelijk symbool, in Psalm 102:7 roept de psalmdichter zijn nood uit als een peilkaan bij een opgedroogd meer in de woestijn. Zijn 3 jongen zoeken eten uit de zak aan de snavel en verwonden zijn borst, het bloed wordt hun redding. Een symbool van Christus.
Een druiventros

De druiventros is een teken van de overvloed in het beloofde land.
Een roset

 
Minnertsga hûnegat Minnertsga hûnegat

1505
In Minnertsga combineren ze het spirituele met het nuttige als men op 23 mei 1505 begint met de bouw van de robuuste meer dan 40 meter hoge gevangenistoren naast de parochiekerk. De in de muur van de toren gebouwde cel geniet al snel faam als martelkerker. Minnertsga is het oostelijkste dorp op de strandwal van de "Bjirmen" (van Wijnaldum tot Minnertsga); een gebied met zeer oude bewoning. Vanwege de landschappelijke schoonheid wordt het gebied "het Umbrië van Friesland" genoemd.
 

lees meer »
 
De klok

De klok

De klok
 
In doarp sûnder klok liket op in minske sûnder sprake.
It libbet, mar kin net uterje hwat er omgiet.
De klok is de stimme dy, as amper de dage oer de loft is,
koart en krêftich de húsman út de fearren ropt en oanpuont ta syn wurk.
Mar as er de lange dei útliedt ta de jounsrêst, is d'r myldens yn syn lûd.
Dát is in feestlik opgean nei tsjerke as it út all tuorren yn 't rounom oer de gea sjongt: dit is de heare Syn dei! 
Syn let rout it djipst oer alle leave deaden.
Mar alarm klipt er as de dike skuorre, it himmelfjûr ynslacht, de brân fan oarloch en revolúsje it libben bedriget.
"Mea fox, vox vitae" , dat is "Myn lûd is it lûd fan it libben",
it wurd dat men gauris yn syn brûnzen side geat, is wier.
Hwat mar yn it libben omgiet, is de klok dy't der fan tsjûget.

   
Een dorp zonder klok lijkt op een mens zonder spraak.
Het leeft, maar kan niet zeggen wat het denkt.
De klok is de stem die, als nog maar nauwelijks het eerste daglicht doorbreekt,
kort en krachtig de boer uit zijn bed roept en aanspoort om weer aan het werk te gaan.
Maar als de lange dag voorbij is en de avond is aangebroken, is zijn geluid mild geworden.
Dat is nog eens feestelijk naar de kerk gaan als het zingt van alle kerktorens uit de omgeving: "Dit is de dag van de Heer."
Zijn klokgelui rouwt het diepst over alle lieve doden.
Maar als de dijke doorbreken, de bliksem inslaat, geweld van oorlog en revolutie het leven bedreigen, dan klept de klok alarm.
"Mea fox, vox vitae", dat is | Mijn geluid is het geluid van het leven", deze woorden goot men vaak in zijn bronzen zijde en dat is waar.
Wat er ook inhet leven gebeurt, het is de klok die er van getuigt.


ds. A.D. Wumkes

 
Grafzerken Grafzerken

In het schip van de kerk zijn grafzerken gelegd die afkomstig zijn uit de afgebroken Galileeër kerk uit Leeuwarden. De zerken op het verhoogde koor hebben altijd al in de kerk van Minnertsga gelegen. Onder deze zerken bevinden zich enkele fraaie exemplaren van de hand van de bekende steenhouwer Benedictus Gerbrandt.

Heel fraai is de zerk voor Hobbo Hermand (gestorven 1521), die gemaakt zou kunnen zijn door Gerben beeldhouwer, mogelijk de vadre van Benedictus Gerbrandts.

Een bijzondere grafzerk was die van Vincent Lucas voor Hessel van Hermana, die met zijn vrouw op de zerk is afgebeeld. Jammer genoeg is deze zerk na 1947 spoorloos verdwenen.

Onder de bewaard gebleven zerken bevindt zich o.a. een mooi en groot exemplar uit 1607 van Jacob Lous, die werkte naar voorbeelden van Vredeman de Vries.

Ook een zerk uit 1602 van Claes Jelles moet hier apart genoemd worden.
 

 
Renovatie Renovatie

De renovatie van 2000

Nadat het orgel voor restauratie uit de kerk was verwijderd, hebben de kerkrentmeesters besloten de binnenmuren opnieuw te bepleisteren. Veel vrijwilligers hebben hierbij geholpen in een uitstekend onderlinge sfeer.

Met het gerestaureerde Robustelly-orgel en de muren in een nieuwe stijl is de kerk op zondag 28 april 2001 weer in gebruik genomen.

In 2002 zijn de vier nieuwe kroonluchters opgehangen in de kerk. De oude kroonluchter, nadat die was voorzien van electrische verlichting, is opgehangen in de toren.

De verlichting in het gewelf van de kerk is in aangebracht in 2004.

 
Het orgel

Het orgel

Het orgel

In 1688 werd door Evert Haverkamp, organist en orgelmaken te Leeuwarden, een gebruikt orgel geplaatst. De oorspronkelijke plaats van dit orgel was de St. Vitus- of Oldehoofsterkerk te Leeuwarden. Na afbraak van deze kerk in 1595 verhuisde het naar de Grote Kerk te Dokkum en van daaruit in 1688 naar Minnertsga. Het heeft hier dienst gedaan tot 1777.

De opvolger was het Hinsz-orgel dat uit een schenking werd bekostigd. Het heeft gedurende 170 jaar in grote lijnen zijn oorspronkelijke karakter behouden. Helaas is het Hinsz-orgel met de grote brand van 1947 verwoest. 

Na de herbouw van de kerk in 1955 kwam de aanschaf van een orgel ter sprake. Men kreeg er lucht van dat er een "afgedankt" orgel beschikbaar was uit de kerk van Welsrijp.

Aan de firma Vaas en Bron werd in 1955 de opdracht gegeven dit orgel te plaatsen in de Nederlans Hervormde kerk van Minnertsga. Het werd verhoogd met een sokkel en een aantal meters vanuit de balustrade geplaatst op de galerij.

Door de heteluchtverwarming raakte het orgel al snel in verval. In 1973 werd een electronisch orgel aangebracht dat tot begin 2000 werd gebruikt. In die tussentijd is de oude kachel vervangen door een warmwaterkachel, waarbij de lucht gecontroleerd wordt verwarmd.

In 1977 werd een royale schenking gedaan door emeritus predikant ds. D. Lekkerkerker. Daarna is er veel werk verricht door de orgelcommissie bij het aanschrijven van fondsen, die veelal met royale bijdragen reageerden. Ook veel gemeenteleden en plaatselijke organisaties droegen bij en eveneens kreeg men een rijkssubsidie.

Daarna kreeg de firma Flentrop orgelbouw te Zaandam de opdracht het orgel te restaureren en te plaatsen op de balustrade.

Vanaf het begin werd het orgel als "zuidelijk" gekwalificeerd. Bij nader onderzoek leidde het spoor naar de parochiekerk van het Belgische Vreren (bij Tongeren). Uiteindelijk werd de orgelbouwer gevonden, Guillaume Robustelly uit Luik en het bouwjaar 1785. In de St. Lambertuskerk te Helmond staat het tweede, maar gortere Robustelly orgel van Nederland.

Met de feestelijke in gebruikname in 2001 bezit de Meinardskerk van Minnertsga één van de meest bijzondere orgels van Noord-Nederland, aldus de orgeladviseur Jan Jongepier.

 

 
Het koor Het koor


Het koor

Voorheen was het koor gescheiden van het kerkschip d.m.v. een hoog houten schot. De ruimte werd gebruikt als opslag van benodigdheden voor de begraafplaats en de door kolen gestookte centrale verwarming.

Veel ramen waren dichtgemetseld in de tijd van Napoleon, de kerken moesten belasting betalen naar het aantal geopende ramen.

Met de herbpouw heeft het zijn oude karaktervolle interieur teruggekregen, met zeer goede akoestiek voor koorzang.

 
De toren

De toren

De toren

Met de bouw van de toren is men begonnen op 23 mei 1505, zoals te lezen staat op de rode Bremer dorpelsteen, die links van de ingang in de toren is ingemetseld. Het opschrift van deze gedenksteen is als volgt:

     Doe men screef XVc ende V iaer
     Op Sinte Desiderius dach openbaer
     Toen leten die foechden van Sinte Merten
     Dit werck bestaen toe wercken
     Got laetet doer syn heilige naem
     Vastelick in eeren staen. Amen



De gedenksteen heeft de naam van de heilige vastgelegd waaraan de kerk is gewijd: Sint Martinus, bisschop van Tours (Sancti Martini).

De toren is naar het type van die van Bolsward gebouwd. De drie nauwelijks versneden geledingen zijn praktisch versierd. Slechts de bovenste geleding is verlevendigd door series galmgaten. De onderste geleding had oorspronkelijk alleen een venster.

De toegang onder de toren is niet origineel. Toen de bouw van de toren, met een hoogte van meer dan 40 meter, voltooid was, zijn ze begonnen met het verbindingsstuk tussen de kerk en de toren. De toren stond eerst nog los van de kerk. Er was ruimte van ongeveer 3,5 meter, die voor een deel werd opgevuld met de stenen uit de westgevel, omdat deze muur toch niet meer nodig was.

Oorspronkelijk had de toren een spits. Deze spits is in 1552 getroffen door de bliksem en te pletter gevallen. Omstreeks 1590 is er een zadeldak op gebouwd.

In de westzijde van de toren staat het jaartal 1818. Dit geeft niet het bouwjaar van de toren aan, maar verwijst naar het feit dat het zadeldak toen is gerestaureerd
 

 
Het interieur Het interieur

Het interieur

Enkele losse onderdelen zijn nog gered uit de reeds brandende kerk. Deze zijn:

  • een driehoekig fronton van een familiebank met daarin gesneden de wapens van Kamstra en Donia;
  • het deurtje van de oude kansel uit 1668;
  • de toegangsdeur tussen voorkerk en kerk;
  • de vier tekstbordjes 1781;
  • 8 Bijbelboeken;
  • enkele schilderijen;
  • foto’s van het Hinsz-orgel en het interieur;
  • een bord met foto’s van oudgediende voorgangers.
Een groot verlies was het prachtige monumentale Hinsz-orgel. Bij de herbouw 1951-1955 is het interieur zoveel mogelijk weer teruggebracht in de stijl van voor de reformatie.



De kansel is afkomstig uit de gesloten Doopsgezinde vermaning van Blija.

Aan de voet van de kansel staat het doopvont van steen en marmer, gemaakt door de beelhouwer Meefout uit Amsterdam. Op de sokkel staan de vier evangelistensymbolen: de leeuw, het rund, de adelaar en een engel.

Tegen het gewelf van de kerk zijn 11 ornamenten aangebracht met ieder een andere voorstelling. Hier tussen zijn rozetten geplaatst in de hoop hier eens kroonluchters in op te hangen. Twee vrouwenverenigingen n.l.”Wees een Zegen” en “Dorkas” hebben in 1956 de eerste kroonluchter geschonken. Naar dit model zijn in 2002, door gemeenteleden en in samenwerking met machinebedrijf Adema Minnertsga, vier nieuwe kroonluchters gemaakt.

De eerste lamp voor het orgel is geschonken door de gezamenlijke vrouwenvereniging “Wees een Zegen” van de PKN.

 
De kerk

De kerk

De kerk

De huidige kerk met aan de noordzijde een sacristie, is gebouwd na 1450. In 1669 is deze gesloopt. De aanhechting is nog te zien in de buitenmuur boven het noorderpoortje, dat toegang gaf tot de sacristie waar de pastoor de benodigdheden bewaarde voor de erediensten.

Naast het poortje is een dichtgemetseld raam met een laag venster die het tegenovergelegen hoofdaltaar verlichtte. Mensen met een besmettelijke ziekte of die geëxcommuniceerd waren konden de mis van buitenaf bijwonen.

Het fundament van het hoofdaltaar is tevoorschijn gekomen tijdens de opgravingen en is gefotografeerd.

In de zuidmuur zijn 3 dichtgemetselde nissen weer teruggebracht in hun oorspronkelijke staat. In de eerste nis kwam het brood te staan en in de tweede nis de wijn. Tijdens de eucharistie werd het brood gewijd als het lichaam en de wijn het bloed van Christus. Wat er overbleef, werd bewaard in het sacramentshuisje in het koor. In de derde nis (koor) stond een klein Maria-altaar, dat werd gebruikt bij begrafenissen. De rouwdiensten van de landadel geschiedde bij donker. Men ging dan met fakkels in optocht naar de kerk, waar de overledene in een grafkelder in de kerk werd begraven. In de tijd van Napoleon is hier een einde aan gekomen.

De in de 18e eeuw dichtgemetselde Gotische toegang, versierd met fraai metselmozaïek en getorste kralen, is met de herbouw (op het beeldnisje na) weer origineel gemaakt.

 
Geschiedenis Meinardskerk Geschiedenis Meinardskerk

Geschiedenis van Minnertsga en de Meinardskerk

De geschiedenis van Minnertsga strekt zich uit over een periode van meer dan duizend jaar. De naam van het dorp komt in 1168 voor het eerst in de Beneficiale boeken voor als: Godefridus van Rhenen bisschop van Utrecht, die tenminste de helft van de kerkelijke goederen van de parochie “Minnersghae”, schenkt aan de frater gilbert van Rudingakerke van het klooster Luntsjerk onder Midlum. Het staat dus vast dat Minnertsga al in 1168 een parochiekerk had.

De allereerste kerkjes waren hier in die tijd van hout en met rieten daken. Fundamenten van het eerste tufstenen kerkje, ongeveer 1120, met daarna nog een verlenging, zijn gevonden tijdens de opgravingen uitgevoerd door de Oudheidkundige dienst te Groningen, na de grote brand in juni 1947. De fundamenten zijn gefotografeerd en terug te vinden in de plattegrondtekening van de kerk.



De brand verwoestte, op de toren en de kale muren na, die wel ernstig waren beschadigd, de gehele kerk. De klok kwam naar beneden en scheurde en is omgegoten in 1952 door de “Klokkengieterij Van Bergen” te Midwolda (Groningen). De klok is weer opgehangen precies 5 jaar na de fatale brand, op 3 juni 1952.